Paaseieren van Jenny Dalenoord

29 Oktober | 2013

Jennyeieren Afgelopen vrijdag overleed Jenny Dalenoord. Ik groeide op met haar illustraties. Ik las De ark van mensen dieren en dingen, Padu is gek, Wiplala. En niet te vergeten Joeti. Als ik terugdenk aan de boeken uit mijn jeugd denk ik altijd aan de illustraties van Jenny. Maar er was meer. Ik kende ook haar vrije werk. Linosneden, aquarellen, keramiek. Ze was een veelzijdig kunstenares en ik bewonderde haar werk zeer. Mijn ouders waren met haar bevriend. Ik herinner me het beschilderen van paaseieren. Mijn moeder kookte de eieren en kleurde ze met speciale paaseierverf. Daarna mochten wij. We schilderden, knipten, plakten en aan het eind had Jenny de allermooiste eieren. Daar kon niemand tegenop.

Als kleine hommage een foto van de Jennyeieren.

 

Hutten

24 Mei | 2013

Ik was in Berlijn om aan een nieuw verhaal te beginnen. Een verhaal dat veel denkwerk vergt, dus dacht ik de afgelopen weken veel na. Thuis, in Berlijn, nu weer thuis.
Ik ben op zoek. In Berlijn zocht ik naar schilderijen. Vandaag zoek ik naar een hut.
De volgende zin is heel gevaarlijk.
Wie een hut zoekt kijkt hier.

Heb je op hier geklikt? Dan ben je weg. Dan dwaal je hebberig van hut naar hut. Dan vind je niet alleen een hut voor in een verhaal, maar ook de gedroomde schrijversplek, of een zalige wegvluchtplek of gewoon een huis ver weg.
Ik was er een tijdje zoet mee. Ik zag hutten waarin ik heel goed zou kunnen nadenken.

   

Kroon

26 April | 2013

De verkoopster wilde me een kroon van oranje karton meegeven. Ik moest hem zelf nog buigen en plakken.
‘Laat maar,’ zei ik. ‘Die ga ik toch niet opzetten.’
Ze keek me bestraffend aan. ‘Hij hoeft niet op uw hoofd. Hij kan op de vensterbank.’
‘Laat toch maar,’ zei ik. ‘Want ik ga hem ook niet voor het raam zetten.’
‘U moet wel een beetje meedoen!’ zei ze streng.
‘Ach,’ zei ik.
‘Jawel,’ zei de verkoopster. ‘Dat hoort er gewoon bij. De mensen willen allemaal een vrije dag, maar meedoen willen ze dan opeens weer niet.’
‘Dus u doet mee?’ vroeg ik.
‘Natuurlijk.’
‘En het ziet er gezellig oranje uit bij u thuis?’
‘Dát heb ik niet beweerd,’ zei ze met een kwaaie stem.
Ik kon geen goed meer doen.