Een nacht waarin ik ogen tekort kwam

23 Januari | 2012

Noorderlicht Gisterenavond was het menens. Noorderlicht. En hoe.
Nog mooier dan ik had durven hopen.
Soms heb je een grote wens, zo eentje die heel vroeger is komen aanwaaien.
Als kind las ik een prentenboek: Oeloes avontuurlijke reis naar het noorderlicht van Ali Mitgutsch. Zo begon het. Ik wilde het noorderlicht zien. Toen ik ouder werd vergat ik dat een tijdje. Maar het was een wens die jaren later terugkwam om te blijven.

Ging ik naar IJsland, dan hoopte ik dat het zou gaan lukken met mij en het noorderlicht, maar het lukte nooit. Nou ja, een paar keer min of meer, maar nooit helemaal.

Deze week begon het er op te lijken.
En na afgelopen nacht zal ik nooit meer zeuren, mijn wens is in vervulling gegaan. Helemaal. Het noorderlicht kon niet op. Ik stond in de sneeuw naar boven te kijken en af en toe laste ik een opwarmpauze in. Om een uur of acht begon het en om een uur of twee was ik zo moe en had ik het zo koud, dat ik moest gaan slapen. Buiten ging het noorderlicht gewoon verder. Een uitzinnig dansfeest waar geen einde aan kwam.

In bed bedacht ik hoe fijn het is dat een boek het begin kan zijn van een wens en van een reis en nog een reis en nog een. En van een nacht waarin ik ogen tekort kwam.

   

Noorderlicht

20 Januari | 2012

Voor mijn vertrek zal ik eerst de ramen moeten lappen. (Maar zover is het nog niet.) Gisterenavond was er een heldere hemel, bezaaid met sterren. Perfect voor noorderlicht. Ik hield mezelf wakker. Drukte mijn gezicht tegen alle ramen in het huis om de lucht af te speuren. Ik pakte mezelf goed in en liep naar buiten, de sneeuwnacht in, en weer naar binnen om warm te worden. De lampen in het huis moesten uit. Ik struikelde en botste tegen de meubels op.

En ik werd beloond.
Ik zag het noorderlicht. Eerst was het vaag en daarna kwam het in stralen boven een berg uit en daarna ging het weer weg. Dat was een opwarmertje, snapte ik later. Het noorderlicht kwam een paar keer terug en iedere keer iets feller. Tegen drie uur 's nachts was het gifgroen. Een lange baan danste door de lucht. De finale. De hemel werd donker en de sterren fonkelden. Het vervelende van noorderlicht is dat het een spelletje met je speelt. Je draait je om en gaat naar bed en hup, daar is het weer. Het was genoeg geweest, zei ik tegen mezelf. In bed lag ik nog een tijdje wakker. Zou ik toch nog even gaan kijken? Nee. Ik was te moe.

En nu sneeuwt het en het waait flink. Op de ruiten zitten doffe plekken. De volgende keer hoef ik niet alle ramen af. Een goed plekje is de huiskamer. En als ik op de stoel in de badkamer ga staan heb ik ook mooi zicht. Het allerbeste plekje is gewoon buiten, in de kou. IJslandse trui aan, jas, handschoenen, muts en overbroek. Bergschoenen. Stok mee om in de sneeuw te prikken. En dat allemaal om een paar meter verderop naar de lucht te staren. Maar geloof me, het is de moeite waard.

   

Naar een oorlog

02 December | 2011

In Een kleine kans staat nergens waar de vader van Kiek precies naar toe gaat. Hij gaat naar een oorlog, dat staat er. Toen het boek verscheen, dachten veel mensen dat ik Afghanistan bedoelde en ik moest vaak uitleggen dat ik expres in het midden had gelaten om welke oorlog het ging.

Maar Afghanistan bleef opduiken, zelfs in recensies.

En nu is er de film: Patatje Oorlog. En omdat hij vanaf zaterdag in Zaandam te zien zal zijn, verschenen er verschillende berichten in de plaatselijke kranten. Ik lees: de vader van Kiek gaat naar Afghanistan.

Een hardnekkig idee.
Voor mij is Een kleine kans een verhaal dat verder gaat dan één oorlog.
Het zou mooi zijn, één oorlog.
Maar helaas. Het zijn er meer.

   

Laaiend

21 Juni | 2011

Ik ben niet snel laaiend enthousiast, zo enthousiast dat ik op mijn vingers fluit omdat applaus niet genoeg is. Maar dit weekend was het zover. We zaten op een binnenplaats in Zaandam en we luisterden naar Eric Vloeimans en Spinvis. En naar de band van Eric Vloeimans. Het was zo goed dat we naderhand een heleboel keer tegen elkaar zeiden hoe geweldig we het hadden gevonden. We konden er niet mee ophouden. We noemden iedereen op, zelfs de geluidstechnicus, want ook die had het perfect gedaan en dat maak je wel eens anders mee. Mijn hemel wat een concert. Spinvis zong een nummer waar ik kippenvel van kreeg: Lotus Europa. Hypnotiserend en verontrustend. Ik hoorde het later op cd, maar de versie in Zaandam vond ik nog indrukwekkender. Een geweldige tekst.

Ik krijg vaak vragen over mijn lievelingsdingen. Welke kleur, welke muziek, welke boeken? Meestal heb ik er niet zo snel een antwoord op. Maar dit weekend zou ik meteen geroepen heben: Eric Vloeimans! Spinvis! Lotus Europa!

   

Siglufjörður

03 November | 2010

huis Ik luister naar nieuwe geluiden. Het huis kraakt. De wind huilt. (Ik zoek lang naar een origineler woord, maar huilen, zo klinkt het toch echt.) Om de zoveel tijd zucht de ijskast. Buiten een doordringend knarsen van metaal, ik denk dat een roestig monster aan de bergwand knaagt. De bergen zelf heb ik nog nauwelijks gezien. Ik ben er wel doorheen gereden en dat vond ik spannend. Het was donker en de wind raasde over de weg. We volgden met een slakkengang de markeringspaaltjes. Af en toe passeerden we een waarschuwingsbord. Let op: vallende stenen en S bochten. We reden door een sneeuwstorm langs een afgrond. De mensen hier zijn eraan gewend, ze moeten een beetje lachen als ze horen dat ik bang was.

Er is sneeuw in alle soorten en maten: waaisneeuw, natte vlokken, droge vlokken, drupsneeuw. Ik loop voorover gebogen naar het museum om te werken, klos, klos, door de papsneeuw aan de kant van de weg. De mensen zijn vriendelijk. Ze helpen me. Kom maar gewoon langs als er iets is, zeggen ze, zo doen we dat hier. Ik begin me me door al die vriendelijkheid thuis te voelen.

Ik hoop op iets beter weer, de bergen moeten maar eens te voorschijn komen. Ze zijn hier akelig dichtbij, weet ik. Ze staan vlak voor mijn neus, maar ik zie alleen een vage helling.

   

Paultje en het paarse krijtje

05 Oktober | 2010

crocket johnson - paultje en het paarse krijtje Paultje en het paarse krijtje mag deze Kinderboekenweek meedoen als kerntitel.
Het is een boekje dat vroeger een onuitwisbare indruk op me heeft gemaakt. Daarover schreef ik een tijd geleden iets. Vanwege de Kinderboekenweek nog een keer.

Crocket Johnson schreef en tekende Paultje en het paarse krijtje in 1955.
Paultje heeft een krijtje. Daarmee tekent hij zijn eigen wereld. Een weg, een draak, een oceaan waar hij bijna in verdrinkt, een stad en tenslotte zijn eigen bed. Het is een mooi simpel boekje, maar ik weet nog goed dat ik het enorm spannend vond. Duizelingwekkend. Zielig ook. Paultje is overgeleverd aan zijn eigen fantasie. Helemaal alleen dwaalt hij rond. Als hij honger krijgt tekent hij paarse pasteitjes en ook het veilige bed, waarmee het verhaal eindigt, moet hij eerst zelf verzinnen.

Toen ik Paultje en het paarse krijtje voor het eerst las was ik nog te jong om precies te begrijpen waarom ik het zo spannend vond. Nu weet ik dat ik bang was in mijn eigen hoofd te verdwalen. Wat zou er gebeuren als ik per ongeluk iets vreselijks verzon? Stel je voor dat alles echt zou bestaan. En nog erger: dat er verder niets anders zou bestaan. Huiveringwekkend!

   

Lapland

22 Augustus | 2010

eland Wel eens een eland geaaid? Potvissen van dichtbij gezien? Je kleren kapot laten scheuren door een horde husky puppies? Dat en nog veel meer overkwam me de afgelopen twee weken. Ik ging met een groepsreis mee naar Lapland. Het was er prachtig. Denk aan fjorden en bergen en eindeloos veel ruimte. Aan overstekende rendieren. De eland was tam, de potvissen wild en de husky puppies uit enthousiasme iets daar tussen in. En ik? Ik wist niet waar ik kijken moest van zoveel moois bij elkaar.

Nu ben ik weer thuis. Ik moet wennen aan de drukte hier.

   

Otto

09 Juli | 2010

Een kleine kans is aan Otto opgedragen. Krijg ik een nieuwe vertaling binnen, dan zoek ik altijd meteen naar Otto's naam.
Voor Otto. Pour Otto. Für Otto. Za Otta. For Otto. Dla Otta. A l’Otto.
Zo wordt het een liefdesliedje.
De Noorse uitgever liet Otto weg zonder te vragen of ik dat goed vond.
In het Koreaans en Japans? Ik heb een vermoeden, ik denk dat ik weet waar het staat.
Er komen meer vertalingen aan, dus het liefdesliedje wordt nog langer.

   

Jökulsárlón

11 Juni | 2010

Ik werk hard aan een nieuw boek. Ik zit voor het computerscherm en wil niet afgeleid worden, maar de computer denkt er anders over. De raarste dingen vragen om aandacht.
De webcam bij Jökulsárlón bijvoorbeeld. Een meer op IJsland dat in de zomer altijd veel toeristen trekt.
Al dagen zijn er mensen aan het werk daar bij Jökulsárlón. Ze maken een pier. Eerst was er niets. Toen kwam er een vrachtwagen en toen een graafmachine. Ze begonnen aan een afrit en de afrit werd een pier en de pier wordt steeds langer. De vrachtwagen rijdt naar het einde van de pier en kiepert zijn laadbak leeg. Daarna komt de graafmachine in actie. Meer gebeurt er niet. Maar toch is het spannend. Omdat de pier smal is en de vrachtwagen groot. Omdat ik geen idee heb waarom ze die pier daar maken. Omdat het ijsmeer adembenemend mooi is.

Iedere dag kijk ik even en iedere dag is de pier een stukje langer geworden. Nog even en hij past niet meer in beeld.

Het gekke is dat iets juist spannend kan worden omdat het een beeld is en geen werkelijkheid. Als ik echt aan de oever van het meer zou staan, zou ik nauwelijks aandacht besteden aan die vrachtwagen. Maar op het scherm werkt het verslavend.