Voorlezen

25 April | 2013

Rijksmuseum Gisteren ging ik naar het Rijksmuseum om voor te lezen uit Het grote Rijksmuseum voorleesboek.
Ik schreef een verhaal bij dit schilderij van Hendrick Avercamp. Winterlandschap met schaatsers.

Na het voorlezen gingen we met onze neus voor het schilderij staan om te zoeken naar een hondje, een spookhondje, een kakbootje en een jongetje. Ik was een beetje bang voor al die kleine enthousiaste kindervingers zo vlak bij een echte Avercamp, maar het liep allemaal goed af.

Kees Keijer maakte er een foto van. Daar staan alle kinderen net heel rustig te kijken. Een jongetje houdt zelfs braaf zijn handen op zijn rug.

Ik vond het fijn om te doen. Van mij mogen ze het nog eens organiseren.
Na het voorlezen was er een signeersessie met alle schrijvers die waren komen voorlezen. Dat was lekker chaotisch. Er waren flink veel schrijvers, flink veel kinderen en flink veel grote boeken.

Op de terugweg ging ik langs het portret dat Rembrandt van Jan Six maakte, want dat hangt maar even in het museum. Daarna hielp ik een verdwaalde Amerikaan. 'It's very confusing here,' zei hij. Dat vond ik eigenlijk ook, maar de uitgang wist ik nog wel vinden.

   

Lievelings

18 Maart | 2013

Trinka Vorige week was ik op de Europese School in Bergen en dat was bijzonder. De koningin kwam ook en zoiets brengt allerlei koortsachtige voorbereidingen met zich mee. Er liepen beveiligers door de gangen. Er waren dingen die niet mochten of juist moesten.

In de klas spraken de kinderen Engels, Frans en Nederlands. Ze wilden weten wat mijn lievelingsboeken zijn. Of wat vroeger mijn lievelingsboeken waren. Ik legde uit dat ik dat altijd een moeilijke vraag vind, omdat er zo ontzettend veel speciale boeken zijn. Voor elke stemming, voor elke levensfase, voor elke situatie zijn er lievelingsboeken.

In de trein op weg naar huis besloot ik een lievelingsboek van vroeger te kopen. Het was alleen tweedehands te krijgen: 5 jongens + 5 olifanten. Gemaakt door Jiří Trnka en vertaald door Lidi Luursema. Ik las het ergens in de jaren zestig voor het eerst en nog heel vaak daarna. Tot het kwijtraakte.

Een paar dagen geleden werd het tweedehands exemplaar door de brievenbus geschoven. Ik las een klein stukje. Het begin was nog even mooi als ik me herinnerde, en de rest ook vermoed ik. Toch blijft het spannend, een boek van vroeger herlezen. Daarom heb ik verder alleen nog maar gebladerd. En het boek ruikt raar, naar het vroeger van iemand anders.

Maar waarom juist dit boek? Vanwege de ongebreidelde fantasie. Vanwege de humor. En vanwege de illustraties.

Sinds kort kun je 5 jongens + 5 olifanten bekijken op de website van DBNL.

Nu is er nog een boek dat ik graag weer in mijn handen wil houden: Oeloes avontuurlijke reis naar het noorderlicht van Ali Mitgutsch. In het Duits heet het Ulus abenteuerliche Reise zum Nordlicht. Ik heb het nog niet te pakken gekregen. Heeft iemand het ergens op zolder liggen?

   

Veel

05 Maart | 2013

Caillebotte

Hoeveel moois kun je in één weekend stoppen?
Veel.

Vrijdag gingen we naar een jubileumoptreden van De Kift. Een zaal die kolkte van het enthousiasme.
Een dag later keken we in Het Waalres Museum naar damast uit zestienhonderdzoveel en naar een jurk die gemaakt was van inlegkruisjes. Allebei wonderbaarlijk. De jurk werd ontworpen door Agnes van Dijk.

En nog een dag later keken we in Het Gemeentemuseum Den Haag naar het werk van een van mijn lievelingsschilders: Gustave Caillebotte. Ingrid Godon en Toon Tellegen maakten een prachtig boek bij de tentoonstelling. En dan was er nog werk van Luc Tuymans. En het museum zelf niet te vergeten. Als toetje gingen we naar een film in Zaandam.

Een overvol programma, maar het liep nu eenmaal zo. En op de een of andere manier regen de indrukken zich moeiteloos aaneen. Het was veel, maar ook ongelooflijk mooi en kennelijk stonden de luikjes in mijn hoofd wijd open.

Ik heb er wel iets aan over gehouden. Een Kift liedje dat ik niet meer kwijt raak:
Die ogen waarmee jij naar me keek dat waren mooitjes…
Het blijft maar rondzingen en rondtetteren. Hier kun je naar De Kift luisteren. Doe maar niet, het is levensgevaarlijk. (Luister vooral niet naar track 14 over die mooitjes. Je bent gewaarschuwd.)

   

Feest en banvloek

Afgelopen maandag ging ik naar het Groot Griffeldiner. Daar kreeg ik een Vlag en Wimpel voor Mijn opa en ik en het varken Oma.
Het was een lekker eigenwijs boek, zei iemand.

De volgende morgen kwam ik erachter dat niet iedereen van eigenwijze boeken houdt. In Amerika heeft een ouder een soort banvloek uitgesproken. Moeder nummer nul moest uit de openbare bibliotheek verwijderd worden wegens seksueel getinte zinnen die niet passen bij de leeftijdsgroep en wegens beledigend taalgebruik. Zoiets schijnt wel vaker te gebeuren, want het boek stond op een lijst banvloekboeken.

De bibliotheek heeft Moeder nummer nul gewoon laten staan. Goed zo.
De seksueel getinte zinnen weet ik zo te vinden. Er wordt getongzoend. (En de hoofdpersoon vindt dat vies.) Over beledigend taalgebruik moest ik langer nadenken. Er zit een zusje in het boek dat boos en verdrietig is en ze zegt dus boze dingen. En er zal nog wel iets te vinden zijn voor wie ergens aanstoot aan wil nemen.

Dat belooft wat voor het nieuwe boek, dat nu bijna klaar is en ergens in het voorjaar in de winkel zal liggen. Daar komt een overgrootvader in voor die soms een beetje grof gebekt is. Van mij moest hij af en toe dimmen, maar ja, de man praat nu eenmaal zo, dus helemaal tegenhouden kon ik het niet.

Ik denk dat tere kinderzieltjes er met gemak tegen kunnen. Misschien dat bezorgde volwassenen het moeilijker hebben.

   

Gedicht

26 Juni | 2012

Ik keek naar deze foto's van Eszter Burghardt en ik was in één klap weer zes jaar. Ik was de schepster van mijn eigen wereld in een hoekje van de kamer. Ik had een boerderij met beesten en twee boeren die niet konden staan omdat ze met hun O-beentjes van plastic op twee plastic paarden hoorden te zitten. Ik maakte bergen om de boerderij en bossen. Een zakspiegeltje werd een vijver, een pannenlap een weiland.

Later, toen ik moeder was van een zesjarige, schreef ik dit gedicht:

Woensdagmiddag

Kastanjes praten weer vandaag,
met hoge stemmen. In een bolster
vaart ze op het kleed.
Ik ben er niet. Alleen
mijn benen, als twee stammen
aan de oever van haar zee.

Stenenraapster, kind van veren.
Ze bouwt een altaar op de naden
van de planken vloer.
De thee wordt koud. Vergeten
zoenen spaar ik. Zwijgzaam,
wachtend op de oversteek.

   

De Hemel

04 Juni | 2012

De helft van het huisje -mijn helft- heet De Hemel. De andere helft heet De Ontdekking. Op het stukje muur tussen de twee voordeuren staan van.
De zee is vlakbij, het keukenraam kijkt uit op de duinenrij. Het bos is nog dichterbij, dat begint bij de achterdeur.
Ik schrijf en af en toe maak ik een wandeling.

Ik ben al zo vaak op het eiland geweest dat ik de tel ben kwijt geraakt. Ik logeer hier en denk ondertussen aan wonen. Aan blijven. Niet alleen, maar met de liefste, die vandaag is afgereisd naar de vaste wal. Ik gedij goed op een plaats met weinig prikkels, weinig gedoe. Thuis hoor ik alles, zie ik alles. Daar is geen ontkomen aan. Hier is alles niet zoveel.

In de kerk in het dorp was een concert. Het Jongsma trio (fluit, piano en marimba) en Frans Douwe Slot op piano.

Arjan Jongsma speelde marimba. Ik wist niet wat ik hoorde. Geweldig was het. En daarna op de fiets terug naar De Hemel.

   

Blijvertje

14 Mei | 2012

Ik zit tot over mijn oren in een boek dat lang duurt. Genoeg te doen, mijn hoofd bezet. Maar ik moest zo nodig in Berlijn naar een museum, naar de Alte Nationalgalerie. Daar zag ik een schilderij van Gustav Carl Ludwig Richter. Teich im Riesengebirge. Een oude man, een kind, een hond, een woest landschap. In mijn hoofd begon een verhaal. Sommige verhalen komen binnen waaien en waaien vanzelf weer naar buiten als je er geen aandacht aan besteedt. Dit niet. Dit verhaal is een blijvertje.

Nu heb ik een boek om af te maken én een nieuw plan (en ik had er nog een paar liggen).
Het nieuwe plan is nog niet aan de beurt. Het moet zich koest houden.
Dat valt niet mee. Het is een behoorlijk eigenwijs blijvertje.

   

Bijna tijd voor een Þorrablót

07 Februari | 2012

Laugarvatn. Het zit er bijna op hier. Over een paar dagen vertrek ik naar Reykjavík.
Dit weekend was er bezoek dat gezelligheid meebracht en kinderen en knapperige sla. Alda en Kristveig, die de boerderij hebben omgebouwd tot een prachtige plek voor schrijvers en kunstenaars, kwamen langs. En ze namen hun mannen mee en een paar kinderen en ik overdrijf niet als ik zeg dat het huis vol bijzonder aangenaam gezelschap was.

De afgelopen twee weken waren er maar weinig momenten waarop ik naar buiten ging. Storm, regen en sneeuw wisselden elkaar af. En ook nu gaat het flink tekeer.

In Reykjavík zal ik vrienden en bekenden ontmoeten, maar eerst staat er vrijdag een Þorrablót op het programma.
Een tijdje geleden werd ik geïnterviewd voor Morgunblaðið en ik vertelde dat ik graag naar een Þorrablót wilde. Naar aanleiding van het interview werd ik uitgenodigd voor een Þorrablót in Reykjavík, georganiseerd voor en door mensen uit de Westfjorden, als ik het goed begrepen heb.

Thuis ben ik vegetariër. Voor vijfennegentig procent. Ik ben er niet helemaal van overtuigd dat het goed is om altijd vegetarisch te eten. Drink je melk, dan begint het gelazer al, want voor melk heb je koeien nodig en die koeien worden ook geslacht. Als je eerlijk bent eet je af en toe koe (maar niet uit de bio-industrie) of je drinkt geen melk. En hoe zit het met al die in elkaar geknutselde vleesvervangers? Hier op IJsland moet zoiets worden ingevlogen en ook veel groente komt van elders. De schapen lopen de hele zomer vrij rond. Wat is dan de beste keus?

Een Þorrablót is een midwinterfeest dat teruggrijpt op de Vikingtijd. Drank, traditioneel eten - en vrijdag zal er na afloop een rock band uit de Westfjorden spelen. Het belooft dus ruig te worden.

Traditioneel eten is zo gek nog niet, als je het beste voorhebt met het milieu. Vroeger was je zo halverwege de winter aangewezen op gerookt, gezouten of in zuur ingelegd voedsel. De laatste stukjes van het schaap: koppen, ramsballen, bloedworst en magen gevuld met orgaanvlees. En dan was er nog gedroogde of gefermenteerde vis. Niets werd verspild.

De vegetariër in mij maakt plaats voor de onderzoeker, de reiziger met een open blik. Ik ga alles proberen. Bijna alles, want er zijn grenzen.

   

Lopapeysa

28 Januari | 2012

lopapeysa Ik woon hier in een boerderij en in de boerderij woon ik in een vest. Daar komt het op neer. Een lopapeysa met een rits. Ik houd niet van heet gestookte kamers, zeker niet als ik me op een tekst wil concentreren. Het liefst draag ik dikke wol in een koude kamer.

En nu komt het: IJslandse wol is anders dan andere wol. Extra warm, niet broeierig en een beetje waterafstotend.

IJslanders houden van lopapeysa’s. Nederlanders niet, vermoed ik.
Maar als het weer zo ruig is als het hier de afgelopen tijd was, hangt er veel af van goede wol.
Het regent al de hele dag en ook morgen gaat het regenen en de komende week krijgen we regen en sneeuw. Het schijnt dat de strenge winter van hier naar Nederland gaat verhuizen. En als hij daar een tijdje blijft, als hij er nog is als ik weer thuiskom, zal ik iets doen wat ik nog niet eerder durfde: mijn lopapeysa aanhouden. Ik zal de verwarming laag zetten en verder schrijven alsof ik nog op IJsland ben. Dikke wol in een koude kamer.

   

De vreugde van het sneeuwscheppen

26 Januari | 2012

Iceland Ik was bang.
Vannacht leek het alsof de wereld verging. De boerderij stond te schudden in een kolkende sneeuwstorm. Het huis kraakte - vooral het dak, vlak boven mijn hoofd. Ik voelde het bewegen en als ik het lampje aanknipte, zág ik het bewegen. Buiten bewoog ook het een en ander. Om te beginnen de sneeuw die voorbij raasde. En verder de bomen en een paar andere dingen, want af en toe knalde er iets tegen het raam.

Vanmorgen ging de storm nog een tijd door en ik las het nieuws. Er waren overal problemen: wegen afgesloten en auto's vastgelopen. Als zoiets op IJsland gebeurt, kun je er zeker van zijn dat het heftig is. Er was zelfs een man die de politie belde omdat hij dacht dat iemand zijn auto had gestolen, maar de auto was er nog, begraven onder de sneeuw.

Toen het licht werd kon ik zien wat er hier zoal gebeurd was. De wind had voor een spectaculaire sneeuwverplaatsing gezorgd. Een gedeelte was naar de kelder verhuisd en de voordeur was gebarricadeerd. De rest – en dat is heel veel – was richting oprijlaan gestuwd.

De boer, die de schapen eten kwam geven, deed er niet moeilijk over, die reed na een paar mislukte pogingen over de berg heen. Een kwestie van doorrammen. Ik stond buiten op mijn eigen manier sneeuw te verplaatsen. Ik had me eerst een weg naar buiten geschept en toen kreeg ik er wel lol in. De vreugde van het sneeuwscheppen na een bange nacht. Tot je knieën weggezonken als de wind is gaan liggen. Van zoiets kan ik heel gelukkig worden.

En als extra troost kreeg ik een geweldige avondlucht cadeau.
(En noorderlicht vanavond – bijna zeker.)
Verder stond ik deze week in de IJslandse krant.
Best stoer, alles bij elkaar.
Wie foto’s wil zien die ik heb gemaakt, kan hier terecht..