Fascinaties

23 November | 2021

fascinaties
De leukere dingen van autisme zijn de fascinaties, de intense interesses.
Ik kan een lijstje maken van vroeger tot nu. Zo vanaf mijn zesde jaar:
Inuit, indianen, paarden- en hondenrassen, katachtigen, poolreizigers, nog meer indianen, alle boeken van John Steinbeck, Halldór Laxness en nog honderd andere schrijvers, IJsland, botanische inkt, Vipassana meditatie en nog het een en ander. En altijd en altijd tekenen en schrijven, verzinnen en dromen, kunst en boeken. Ik lees veel over autisme, ben me aan het oriënteren na de diagnose. Het gaat vooral over last hebben van. Maar kijk, er is ook moois te beleven.

 

Gipszaag

02 December | 2021

Zes weken zat mijn voet in het gips. Vier keer moest er gips losgezaagd worden. Afgelopen maandag voor het laatst, de breuk in mijn voet is genezen.
In de gipskamer gebruiken ze een gipszaag. Die ziet eruit als een kleine cirkelzaag en hij maakt precies het geluid dat je van een cirkelzaag verwacht. Ik was er steeds opnieuw bang voor. Maar een gipszaag is geen cirkelzaag, dat wist ik na de eerste keer al. Hij zaagt niet, hij trilt. Je kunt hem tegen je vel houden, zonder dat er iets gebeurt. Je voelt iets kriebelen, meer niet.
Waarom blijft het dan zo griezelig? Omdat je ogen een zaag zien, je oren een zaag horen en je hersens denken dat je ogen en oren gelijk hebben. Ik was op schoolbezoek en vroeg in de klas wie er wel eens iets gebroken had. Er gingen verrassend veel vingers omhoog. En toen ik de gipszaag ter sprake bracht zag ik de kinderen die bij de vingers hoorden griezelen. Ze hadden de gipszaag met hun eigen ogen gezien en met hun eigen oren gehoord en hun hersens geloofden het nog steeds.

   

Verdwijnen

28 Oktober | 2021

Ik houd van verdwijnen. Maar ook van weer tevoorschijn komen op zijn tijd. Helemaal handig is dat natuurlijk niet, zeker niet op social media. Eigenlijk zegt mijn profielfoto alles:

verstoppen

Ik ben er wel en ik ben er niet.
Sinds kort begrijp ik waarom ik van verdwijnen houd. Van rust en alleen zijn. Waarom ik het gemakkelijker vind om alleen in een boerderij op IJsland te logeren dan in een volle trein te zitten. Om maar iets te noemen. Ik weet ook waarom ik onhandige dingen zeg, de ene keer te veel en de andere keer te weinig, of de verkeerde dingen vertel op het verkeerde moment. Waarom mijn hoofd zo vol is en waarom ik zo slecht tegen sommige geluiden kan. En ik begrijp nog meer.
Een paar weken kreeg ik de diagnose ASS - autisme spectrum stoornis.
Eerst was ik erg verdrietig. Had ik het maar eerder geweten, dan had iemand me in mijn kindertijd kunnen helpen. Na het verdriet kwam de opluchting. Ik heb zo mijn best gedaan om mezelf te veranderen en nu begrijp ik pas dat ik sommige dingen niet kan en hoef te veranderen.
Na de opluchting kwam de onzekerheid. Er zijn zo veel vooroordelen over autisme, wat zouden anderen er wel niet van denken? Ik wist meteen na de diagnose nog iets: Ik zou er over gaan praten. Ik zou er over gaan schrijven. Want er zijn meer vrouwen zoals ik. Helaas komt een late diagnose bij vrouwen veel vaker voor.
Ik vermoedde een autisme stoornis omdat ik er iets over las. Als er ook maar één vrouw met autisme is die dit leest is het de moeite waard geweest er open over te zijn.
Ik ben tevoorschijn gekomen en ik blijf hier voorlopig.

   

Reizen

25 September | 2015

Van nature ben ik een thuisblijver. Ik ben niet graag onderweg. Als ik ergens heenga, blijf ik het liefst op één plek.
Zet mij maar in een IJslands huis onder aan een berg, daar houd ik het met gemak een maand uit.

Toch is dat niet genoeg. Ik wil nu eenmaal een aantal dingen zien. Ik heb een lijstje vol wensen waar je voor op reis moet. Dit jaar ging ik op vakantie naar Portugal en Stockholm. Toen vond ik het welletjes. Ik was ook al naar Zwitserland geweest om een prijs in ontvangst te nemen en naar allerlei plaatsen in Nederland om scholen te bezoeken. Bij elkaar meer dan genoeg onrust.

Toch kwam er nog een reis bij. Het Nederlands Letterenfonds nodigde me uit voor een tiendaags festival in Brazilië: Café Amsterdã. Ik sputterde tegen, want het zou een verre reis worden, een drukke reis en, zo dacht ik, misschien ook een gevaarlijke. Ik had te veel verhalen gehoord over criminaliteit en geweld in Rio de Janeiro en São Paulo. Daarom probeerde ik er een paar keer onderuit te komen, niet al te overtuigend, want ik wist best dat het een mooie kans was. En het is juist goed om je grenzen te verleggen (zeiden ze hier thuis).

Ik ging naar Brazilië en ik ben al weer een tijdje terug. Hier kun je iets over mijn ervaringen lezen. Het was een reis die diepe indruk op me maakte en ja, ik ben heel blij dat ik niet ben thuisgebleven.

Ik herinner me een gedicht van Annie M.G. Schmidt over een jongetje in een rijdend bedje. Het was een van mijn lievelingsgedichten toen ik klein was.

[...] Het bedje gaat snel! Zo verschrikkelijk snel!
Daar is een auto,
een bromfiets,
een truck,
De weg is zo druk, zo verschrikkelijk druk!
Nu door een tunnel en over een brug.
Hij rijdt naar Milaan en meteen weer terug.
In één ruk terug naar z’n kamertje toe
en dan is Jan moe.
[...]

Misschien vond ik het mooi omdat Jan zijn bed niet uit hoefde. Hij ging op reis én hij bleef thuis. Op de illustratie van Wim Bijmoer zie je een drukke weg en het bedje met Jan. Hij zit rechtop, met een kussen in zijn rug en hij doet helemaal niets. Hij hoeft niet eens te sturen! Het is een gedicht over loslaten, denk ik nu. Over de controle verliezen. Vol vertrouwen op weg naar Milaan. En weer terug.

   

Avond

18 Oktober | 2014

Je leest je boek voor in de huiskamer van de twee liefste mensen in Siglufjörður. Dat is belangrijk, want zij stonden aan de wieg van het verhaal. Je leest Nederlands, maar je praat Engels. Het is vertaallezen. Ze vinden het goed en nu is het boek echt af, het is terug waar het begon. De avond is mooi en als je denkt dat het niet mooier kan, stap je naar buiten en daar zie je een vallende ster en die ster valt dwars door het noorderlicht. Een hemel vol groen gewemel. En dan loop je met je gastheer en gastvrouw naar een klein strandje aan het fjord. Je kijkt naar boven en je denkt, nee je denkt juist niet.

   

De andere kant op

06 September | 2014

We hadden al een tijdje lekkage onder het afdak. Als het flink regende liep het water langs de regenpijp naar benden. Foute boel. We keken omhoog, daar kwam het water vandaan. Emmers vol. We rommelden wat aan de regenpijp, namen een kijkje op het afdakje. Niets bijzonders te zien. We vroegen of de buurman wilde komen. Hij is loodgieter, dus we hadden goede hoop. De buurman zou het afdakje opklimmen en deskundig naar de afvoer kijken en dan moest er dit of dat gebeuren en klaar. De buurman kwam en keek en zei toen dat het water niet van boven kwam. Toch wel, zei ik nog. Niet meteen, zei de buurman, de regenpijp zit helemaal onderaan verstopt en dan loopt hij vol en daarna loopt hij over. Daar werd ik blij van. Je hebt een probleem en dan heb je iemand nodig die de andere kant op denkt. Je voelt je ook een beetje dom. Waarom dacht je zelf niet de andere kant op? Daar ben je toch zo goed in? Niet altijd. Eens in de zoveel tijd vergeet je het. Onherroepelijk.

   

Bommetjes

06 Februari | 2014

Al veel en veel te lang schreef ik niets hier. Ik heb mijn hoofd nodig voor een nieuw boek. Ik laat andere dingen liggen, schuif van alles voor me uit.

Vorige week schreef ik een weekje op Vlieland, daar viel niet zoveel voor me uit te schuiven, dus dat was fijn. Schrijven en wandelen. Wandelen en schrijven. Af en toe kwam er een straaljager over. Ze waren aan het oefenen op de Vliehors, met zulke zware bommen dat de ruiten van het huisje waarin in zat te werken trilden. In de wachtruimte bij de boot trilden de ruiten nog harder, de hele gevel stond te trillen, maar het kan zijn dat ik een beetje overdrijf. Hoe dan ook, het was af en toe flink schrikken. Niet voor de Vlielanders, die keken niet op of om en negeerden al het gedreun.

‘We hebben veel plezier van defensie,’ zei de mevrouw in het restaurant aan de Dorpstraat, ‘dus die paar bommetjes…’

   

Strikken en ezelsoren

29 Oktober | 2013

Het fijne van schrijven is dat je bijleert.
Zo leer ik nu het een en ander over het stropen van konijnen, het zetten van strikken en de fijnste ezelaaiplekjes. Kriebel een ezel zachtjes in de wollige binnenkant van zijn oren. Dat is nuttige informatie.

   

Paaseieren van Jenny Dalenoord

29 Oktober | 2013

Jennyeieren Afgelopen vrijdag overleed Jenny Dalenoord. Ik groeide op met haar illustraties. Ik las De ark van mensen dieren en dingen, Padu is gek, Wiplala. En niet te vergeten Joeti. Als ik terugdenk aan de boeken uit mijn jeugd denk ik altijd aan de illustraties van Jenny. Maar er was meer. Ik kende ook haar vrije werk. Linosneden, aquarellen, keramiek. Ze was een veelzijdig kunstenares en ik bewonderde haar werk zeer. Mijn ouders waren met haar bevriend. Ik herinner me het beschilderen van paaseieren. Mijn moeder kookte de eieren en kleurde ze met speciale paaseierverf. Daarna mochten wij. We schilderden, knipten, plakten en aan het eind had Jenny de allermooiste eieren. Daar kon niemand tegenop.

Als kleine hommage een foto van de Jennyeieren.

   

Cadeautje

04 Juli | 2013

sleutelkruid

Een tijdje geleden kreeg ik een cadeautje van mijn Japanse vertaalster Etsuko Nozaka.

Ze gaf me een boek dat ik niet kan lezen, maar waar ik wel heel blij mee ben: De Japanse vertaling van Het sleutelkruid van Paul Biegel. Het ziet er bijzonder uit. Harde kaft, mooi ingebonden, illustraties van Tsutomu Murakami en een extra kartonnen hoesje.
Dat kunnen ze goed in Japan, oogstrelende boeken maken.
Af en toe blader ik in de Japanse Biegel. Heel rustgevend.