14/05/2012
Blijvertje

Ik zit tot over mijn oren in een boek dat lang duurt. Genoeg te doen, mijn hoofd bezet. Maar ik moest zo nodig in Berlijn naar een museum, naar de Alte Nationalgalerie. Daar zag ik een schilderij van Gustav Carl Ludwig Richter. Teich im Riesengebirge. Een oude man, een kind, een hond, een woest landschap. In mijn hoofd begon een verhaal. Sommige verhalen komen binnen waaien en waaien vanzelf weer naar buiten als je er geen aandacht aan besteedt. Dit niet. Dit verhaal is een blijvertje.
Nu heb ik een boek om af te maken én een nieuw plan (en ik had er nog een paar liggen).
Het nieuwe plan is nog niet aan de beurt. Het moet zich koest houden.
Dat valt niet mee. Het is een behoorlijk eigenwijs blijvertje.

02/04/2012
IMC weekendschool

Zondag gaf ik les op de IMC  Weekendschool in Amsterdam Noord. Twee keer een klas vol enthousiaste en nieuwsgierige kinderen. Fijn om te doen. Ik heb bewondering voor alle mensen die zich voor de school inzetten. Iedere zondag opnieuw. En voor de kinderen die zomaar een extra dag naar school gaan. Iedere zondag opnieuw.

30/03/2012
Lochem

Lezingen in Lochem. Dat betekent heel veel treinuren.
Maar voor de Sint Josephschool wil ik best een paar uur onderweg zijn.
Wat een ontvangst.
Ik kreeg ondersteuning van technisch team Sven/Fabian uit groep zeven. Ze testten de microfoon, zorgden dat mijn presentatie op de schoollaptop werd gezet en ze vroegen of ik de ramen open of dicht wilde hebben. Ze haalden water voor me en daarna lieten ze me hun kijkdozen met planeten zien. En als ik nog iets nodig had hoefde ik maar te kikken, zoveel was duidelijk.
Twee meisjes leidden de lezing in met een welkomstwoord en ik zag dat het team Sven/Fabian op de voorste rij was gaan zitten om in geval van technische problemen meteen toe te kunnen happen.
In de pauze kon ik aanschuiven bij de vrijdaglunch en toen wist ik het zeker: de Sint Josephschool weet hoe het moet, een schrijver ontvangen.

22/02/2012
Thuis

Weer thuis was er papieren post en scholenbezoek en er waren allerlei andere zaken die me van het schrijven afhielden.
Gisteren zat ik in een leraarskamer te wachten toen er opeens een werkoverleg begon. Niemand vroeg zich kennelijk af wat ik daar deed. De koffietafel werd een vergadertafel. Het ging over rijstwafels versus andere hapjes en ik kwam heel even in de verleiding om mee te doen. Kijken of ze het door zouden hebben.
Vanaf vandaag ben ik vooral aan het schrijven. En aan het lezen, want ik heb last van leeshonger. Niet normaal zo veel boeken als er liggen te wachten. Het lijkt wel alsof ik met de jaren langzamer ga lezen. En langzaam schrijven, daar ben ik ook goed in.

07/02/2012
Bijna tijd voor een Þorrablót

Het zit er bijna op hier. Over een paar dagen vertrek ik naar Reykjavík.
Dit weekend was er bezoek dat gezelligheid meebracht en kinderen en knapperige sla. Alda en Kristveig, die de boerderij hebben omgebouwd tot een prachtige plek voor schrijvers en kunstenaars, kwamen langs. En ze namen hun mannen mee en een paar kinderen en ik overdrijf niet als ik zeg dat het huis vol bijzonder aangenaam gezelschap was.
De afgelopen twee weken waren er maar weinig momenten waarop ik naar buiten ging. Storm, regen en sneeuw wisselden elkaar af. En ook nu gaat het flink tekeer.
In Reykjavík zal ik vrienden en bekenden ontmoeten, maar eerst staat er vrijdag een Þorrablót op het programma.
Een tijdje geleden werd ik geïnterviewd voor Morgunblaðið en ik vertelde dat ik graag naar een Þorrablót wilde. Naar aanleiding van het interview werd ik uitgenodigd voor een Þorrablót in Reykjavík, georganiseerd voor en door mensen uit de Westfjorden, als ik het goed begrepen heb.
Thuis ben ik vegetariër. Voor negentig procent. Ik ben er niet helemaal van overtuigd dat het goed is om altijd vegetarisch te eten. Drink je melk, dan begint het gelazer al, want voor melk heb je koeien nodig en die koeien worden ook geslacht. Als je eerlijk bent eet je af en toe koe (maar niet uit de bio-industrie) of je drinkt geen melk. En hoe zit het met al die in elkaar geknutselde vleesvervangers? Hier op IJsland moet zoiets worden ingevlogen en ook veel groente komt van elders. De schapen lopen de hele zomer vrij rond. Wat is dan de beste keus?
Een Þorrablót is een midwinterfeest dat teruggrijpt op de Vikingtijd. Drank, traditioneel eten - en vrijdag zal er na afloop een rock band uit de Westfjorden spelen. Het belooft dus ruig te worden.
Traditioneel eten is zo gek nog niet, als je het beste voorhebt met het milieu. Zo halverwege de winter was je aangewezen op gerookt, gezouten of in zuur ingelegd voedsel. De laatste stukjes van het schaap: koppen, ramsballen, bloedworst en magen gevuld met orgaanvlees. En dan was er nog gedroogde of gefermenteerde vis. Niets werd verspild.
De vegetariër in mij maakt plaats voor de onderzoeker, de reiziger met een open blik. Ik ga alles proberen. Bijna alles, want er zijn grenzen.

28/01/2012
Lopapeysa

lopapeysa

Ik woon hier in een boerderij en in de boerderij woon ik in een vest. Daar komt het op neer. Een lopapeysa met een rits. Ik houd niet van heet gestookte kamers, zeker niet als ik me op een tekst wil concentreren. Het liefst draag ik dikke wol in een koude kamer.
En nu komt het: IJslandse wol is anders dan andere wol. Extra warm, niet broeierig en een beetje waterafstotend.
IJslanders houden van lopapeysa’s. Nederlanders niet, vermoed ik.
Maar als het weer zo ruig is als het hier de afgelopen tijd was, hangt er veel af van goede wol.
Het regent al de hele dag en ook morgen gaat het regenen en de komende week krijgen we regen en sneeuw. Het schijnt dat de strenge winter van hier naar Nederland gaat verhuizen. En als hij daar een tijdje blijft, als hij er nog is als ik weer thuiskom, zal ik iets doen wat ik nog niet eerder durfde: mijn lopapeysa aanhouden. Ik zal de verwarming laag zetten en verder schrijven alsof ik nog op IJsland ben. Dikke wol in een koude kamer.

26/01/2012
De vreugde van het sneeuwscheppen

Iceland

Ik was bang.
Vannacht leek het alsof de wereld verging. De boerderij stond te schudden in een kolkende sneeuwstorm. Het huis kraakte - vooral het dak, vlak boven mijn hoofd. Ik voelde het bewegen en als ik het lampje aanknipte, zág ik het bewegen. Buiten bewoog ook het een en ander. Om te beginnen de sneeuw, die raasde voorbij. En verder de bomen en een paar andere dingen, want af en toe knalde er iets tegen het raam.
Vanmorgen ging de storm nog een tijd door en ik las het nieuws. Er waren overal problemen: wegen afgesloten en auto's vastgelopen. Als zoiets op IJsland gebeurt, kun je er zeker van zijn dat het heftig is. Er was zelfs een man die de politie belde omdat hij dacht dat iemand zijn auto had gestolen, maar de auto was er nog, begraven onder de sneeuw.
Toen het licht werd kon ik zien wat er hier zoal gebeurd was. De wind had voor een spectaculaire sneeuwverplaatsing gezorgd. Een gedeelte was naar de kelder verhuisd en de voordeur was gebarricadeerd. De rest – en dat is heel veel – was richting oprijlaan gestuwd.
De boer, die de schapen eten kwam geven, deed er niet moeilijk over, die reed na een paar mislukte pogingen over de berg heen. Een kwestie van doorrammen. Ik stond buiten op mijn eigen manier sneeuw te verplaatsen. Ik had me eerst een weg naar buiten geschept en toen kreeg ik er wel lol in. De vreugde van het sneeuwscheppen na een bange nacht. Tot je knieën weggezonken als de wind is gaan liggen. Van zoiets kan ik heel gelukkig worden.
En als extra troost kreeg ik een geweldige avondlucht cadeau.
(En noorderlicht vanavond – bijna zeker.)
Verder stond ik deze week in de IJslandse krant.
Best stoer, alles bij elkaar.
Wie foto’s wil zien die ik heb gemaakt, kan hier terecht.

23/01/2012
Een nacht waarin ik ogen tekort kwam

Gisterenavond was het menens. Noorderlicht. En hoe.
Nog mooier dan ik had durven hopen.
Soms heb je een grote wens, zo eentje die heel vroeger is komen aanwaaien.
Als kind las ik een prentenboek: Oeloes avontuurlijke reis naar het noorderlicht van Ali Mitgutsch.
Zo begon het. Ik wilde het noorderlicht zien. Toen ik ouder werd vergat ik dat een tijdje. Maar het was een wens die jaren later terugkwam om te blijven.
Ging ik naar IJsland, dan hoopte ik dat het zou gaan lukken met mij en het noorderlicht, maar het lukte nooit. Nou ja, een paar keer min of meer, maar nooit helemaal.
Deze week begon het er op te lijken.
En na afgelopen nacht zal ik nooit meer zeuren, mijn wens is in vervulling gegaan. Helemaal. Het noorderlicht kon niet op. Ik stond in de sneeuw naar boven te kijken en af en toe laste ik een opwarmpauze in. Om een uur of acht begon het en om een uur of twee was ik zo moe en had ik het zo koud, dat ik moest gaan slapen. Buiten ging het noorderlicht gewoon verder. Een uitzinnig dansfeest waar geen einde aan kwam.
In bed bedacht ik hoe fijn het is dat een boek het begin kan zijn van een wens en van een reis en nog een reis en nog een. En van een nacht waarin ik ogen tekort kwam.

20/01/2012
Noorderlicht

Voor mijn vertrek zal ik eerst de ramen moeten lappen. (Maar zover is het nog niet.) Gisterenavond was er een heldere hemel, bezaaid met sterren. Perfect voor noorderlicht. Ik hield mezelf wakker. Drukte mijn gezicht tegen alle ramen in het huis om de lucht af te speuren. Ik pakte mezelf goed in en liep naar buiten, de sneeuwnacht in, en weer naar binnen om warm te worden. De lampen in het huis moesten uit. Ik struikelde en botste tegen de meubels op.
En ik werd beloond.
Ik zag het noorderlicht. Eerst was het vaag en daarna kwam het in stralen boven een berg uit en daarna ging het weer weg. Dat was een opwarmertje, snapte ik later. Het noorderlicht kwam een paar keer terug en iedere keer iets feller. Tegen drie uur 's nachts was het gifgroen. Een lange baan danste door de lucht. De finale. De hemel werd donker en de sterren fonkelden. Het vervelende van noorderlicht is dat het een spelletje met je speelt. Je draait je om en gaat naar bed en hup, daar is het weer. Het was genoeg geweest, zei ik tegen mezelf. In bed lag ik nog een tijdje wakker. Zou ik toch nog even gaan kijken? Nee. Ik was te moe.
En nu sneeuwt het en het waait flink. Op de ruiten zitten doffe plekken. De volgende keer hoef ik niet alle ramen af. Een goed plekje is de huiskamer. En als ik op de stoel in de badkamer ga staan heb ik ook mooi zicht. Het allerbeste plekje is gewoon buiten, in de kou. IJslandse trui aan, jas, handschoenen, muts en overbroek. Bergschoenen. Stok mee om in de sneeuw te prikken. En dat allemaal om een paar meter verderop naar de lucht te staren. Maar geloof me, het is de moeite waard.

18/01/2012
Sneeuwstorm

Iceland storm

Het stormt, en niet zo'n klein beetje ook. Een IJslandse sneeuwstorm die alles lam legt. Hij giert om het huis en is voorlopig niet van plan ermee op te houden.
Er is genoeg te eten en te drinken, de kachel staat aan, en toevallig schrijf ik over dit soort weer, dus dat komt goed uit. Binnenblijven is het beste. Buiten is het te gevaarlijk. Alleen de boer, die de schapen verderop eten moet geven, rijdt langs. Die slaat nooit een dag over.

 

Gebruikerslogin

Navigatie